stokdoof
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- heel erg slecht kunnen horen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stokdoofs | partitief, stellende trap |
| stokdove | verbogen, stellende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘volledig doof’ voor het eerst aangetroffen in 1764
Woordfamilie van stokdoof
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stokdoofs | partitive, positive | stokdoof |
| stokdove | verbogen vorm | stokdoof |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stokdoof zijn vastgelegd.