stoeltjesklok
zelfstandig naamwoordBetekenis
- wandklok waarvan de kast met vier pootjes op het onderstuk rust
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stoeltjesklokken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van stoeltje en klok met het invoegsel -s-
Woordfamilie van stoeltjesklok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stoeltjesklokken | meervoud | stoeltjesklok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stoeltjesklok zijn vastgelegd.