spinnaker
zelfstandig naamwoord ˈspɪnəkərBetekenis
- een groot bol en van brede banen dundoek gemaakt voorzeil dat gevoerd wordt voor de voorstag op een spinnakerboom en wordt ingezet bij 'voor de wind'-varen
Hoe spreek je spinnaker uit?
/ˈspɪnəkər/
Spinnaker bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ə | de |
| k | kat |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spinnakers | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘een bijzeil’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1946
Woordfamilie van spinnaker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spinnakers | meervoud | spinnaker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spinnaker zijn vastgelegd.