spectrum
zelfstandig naamwoordBetekenis
- verzameling als functie van de frequentie gemeten waarden van een grootheid
- kleurenband
- reeks van verscheidenheden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spectra | meervoud |
| spectrums | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kleurenband, scala’ voor het eerst aangetroffen in 1858
Woordfamilie van spectrum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spectra | meervoud | spectrum |
| spectrums | meervoud | spectrum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spectrum zijn vastgelegd.