spaat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- ruitvormig mineraal, bladerig en glanzig op de breuk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spaten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘mineraal met bladerige structuur’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1782
Woordfamilie van spaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spaten | meervoud | spaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spaat zijn vastgelegd.