snorder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- taxichauffeur die niet bij een standplaats, maar onderweg passagiers meeneemt (en niet over de nodige vergunningen beschikt)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| snorders | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘illegale taxichauffeur die onderweg vrachtjes oppikt’ voor het eerst aangetroffen in 1932
Woordfamilie van snorder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| snorders | meervoud | snorder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snorder zijn vastgelegd.