snijdbaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van iets dat je het met een mes kan snijden
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| snijdbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| snijdbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| snijdbaarders | partitief, vergrotende trap |
| snijdbaars | partitief, stellende trap |
| snijdbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| snijdbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| snijdbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van snijden met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van snijdbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| snijdbaarder | vergrotende trap | snijdbaar |
| snijdbaardere | verbogen vergrotende trap | snijdbaar |
| snijdbaarders | partitieve vergrotende trap | snijdbaar |
| snijdbaars | partitive, positive | snijdbaar |
| snijdbaarst | uninflected, superlative | snijdbaar |
| snijdbaarste | inflected, superlative | snijdbaar |
| snijdbare | verbogen vorm | snijdbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snijdbaar zijn vastgelegd.