sluitingstijd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het tijdstip dat een winkel, horecazaak gaat sluiten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sluitingstijden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van sluiting en tijd met het invoegsel -s-
Woordfamilie van sluitingstijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sluitingstijden | meervoud | sluitingstijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sluitingstijd zijn vastgelegd.