siësta
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een middagdutje, vaak na de lunch als de zon haar hoogste positie bereikt heeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| siësta's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘middagslaapje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1839
Woordfamilie van siësta
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| siësta's | meervoud | siësta |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van siësta zijn vastgelegd.