servituut
zelfstandig naamwoordBetekenis
- erfdienstbaarheid, een last, waarmede een onroerende zaak - het dienend of lijdend erf - ten behoeve van een andere onroerende zaak - het heersend erf - is bezwaard
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| servituten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘erfdienstbaarheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Woordfamilie van servituut
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| servituten | meervoud | servituut |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van servituut zijn vastgelegd.