schrobbering
zelfstandig naamwoordBetekenis
- berisping, uitbrander
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schrobberingen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘uitbrander’ voor het eerst aangetroffen in 1784
Woordfamilie van schrobbering
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schrobberingen | meervoud | schrobbering |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schrobbering zijn vastgelegd.