schnitzel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dun gesneden stuk gebraden kalfsvlees, kippenvlees, varkensvlees of tofoe, dun stukje gepaneerd vlees
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schnitzels | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘gepaneerd vlees’ voor het eerst aangetroffen in 1968
Woordfamilie van schnitzel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schnitzels | meervoud | schnitzel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schnitzel zijn vastgelegd.