schijnhuwelijk
zelfstandig naamwoord /'sxɛi̯n.ɦi.u̯ə.lək/Betekenis
- een huwelijk waarbij de beide partijen niet aan de verplichtingen hebben voldaan (of van plan zijn te voldoen) die de wet aan een huwelijk stelt (zoals diens consummatie)
Hoe spreek je schijnhuwelijk uit?
/ˈsxɛinhiuələk/
Schijnhuwelijk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| h | hoed |
| i | riet |
| u | boek |
| ə | de |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schijnhuwelijken | meervoud |
Herkomst
Leenvertaling van Duits Scheinehe, vertaald uit Latijn nuptiae simulatae. In het Nederlands voor het eerst aangetroffen in 1828, in de Duitse vertaling van “Belehrungs und Erbauungsbuch für verheirathete” van Johann George Pfister.
Woordfamilie van schijnhuwelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schijnhuwelijken | meervoud | schijnhuwelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schijnhuwelijk zijn vastgelegd.