scheidbaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- in twee of meer onderdelen te splitsen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scheidbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| scheidbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| scheidbaarders | partitief, vergrotende trap |
| scheidbaars | partitief, stellende trap |
| scheidbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| scheidbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| scheidbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van scheiden met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van scheidbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scheidbaarder | vergrotende trap | scheidbaar |
| scheidbaardere | verbogen vergrotende trap | scheidbaar |
| scheidbaarders | partitieve vergrotende trap | scheidbaar |
| scheidbaars | partitive, positive | scheidbaar |
| scheidbaarst | uninflected, superlative | scheidbaar |
| scheidbaarste | inflected, superlative | scheidbaar |
| scheidbare | verbogen vorm | scheidbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scheidbaar zijn vastgelegd.