schandelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- een schande vertegenwoordigend
- tweede betekenisomschrijving
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schandelijke | verbogen, stellende trap |
| schandelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| schandelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| schandelijkers | partitief, vergrotende trap |
| schandelijks | partitief, stellende trap |
| schandelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| schandelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Afgeleid van schande met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van schandelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schandelijke | verbogen vorm | schandelijk |
| schandelijker | vergrotende trap | schandelijk |
| schandelijkere | verbogen vergrotende trap | schandelijk |
| schandelijkers | partitieve vergrotende trap | schandelijk |
| schandelijks | partitive, positive | schandelijk |
| schandelijkst | uninflected, superlative | schandelijk |
| schandelijkste | inflected, superlative | schandelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schandelijk zijn vastgelegd.