schaapscheerder
zelfstandig naamwoord ˈsxapsxerdərBetekenis
- iemand die voor zijn beroep schapen ontdoet van de dikke vacht
Hoe spreek je schaapscheerder uit?
/ˈsxapsxerdər/
Schaapscheerder bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| p | pak |
| e | veel |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schaapscheerders | meervoud |
Herkomst
samenstelling van schaap zn en scheerder zn
Woordfamilie van schaapscheerder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schaapscheerders | meervoud | schaapscheerder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schaapscheerder zijn vastgelegd.