satirisch
bijvoeglijk naamwoord /saˈtiris/Betekenis
- naar de aard van een satire, waarbij iets aan de kaak wordt gesteld
Hoe spreek je satirisch uit?
/saˈtiris/
Satirisch bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| a | maan |
| t | tak |
| i | riet |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| satirische | verbogen, stellende trap |
| satirischer | onverbogen, vergrotende trap |
| satirischere | verbogen, vergrotende trap |
| satirischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘hekelend’ voor het eerst aangetroffen in 1838
Woordfamilie van satirisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| satirische | verbogen vorm | satirisch |
| satirischer | vergrotende trap | satirisch |
| satirischere | verbogen vergrotende trap | satirisch |
| satirischers | partitieve vergrotende trap | satirisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van satirisch zijn vastgelegd.