sassafras
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het hout en de bast van deze boom, o.a. met name van gebruikt als zweetmiddel
zelfstandig naamwoord — neuter
- benaming voor laurierachtige bomen uit het geslacht Sassafras
- het hout en de bast van deze boom, o.a. met name van Sassafras albidum gebruikt als zweetmiddel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sassafrassen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘een laurierachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1608
Woordfamilie van sassafras
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sassafrassen | meervoud | sassafras |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sassafras zijn vastgelegd.