sage
zelfstandig naamwoord /ˈsaɣə/Betekenis
- een traditioneel volksverhaal dat vaak gegroeid is om een historische kern
- ernstig, plechtig
- wijze, wijsgeer
- (van aard, karakter)
- (van vrouwen, meisjes) kuis, bescheiden
- (van kinderen) gehoorzaam, braaf, zoet
- verstandig mens
Hoe spreek je sage uit?
/ˈsaxə/
Sage bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sagen | meervoud |
Herkomst
Uit Middelnederlands saghe “het vertelde”, saghe “verhaal, vertelling”, ontleend aan Duits Sage, in de betekenis van ‘volksverhaal’ voor het eerst aangetroffen in 1483 .
Woordfamilie van sage
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sagen | meervoud | sage |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sage zijn vastgelegd.