saga
zelfstandig naamwoord ˈsaɣaBetekenis
- Germaanse heldenverhalen uit de vroege middeleeuwen die later in het Oudnoords op schrift zijn gesteld
- omvangrijke vertelling waarin de geschiedenis van een familie in het verloop van de tijd wordt beschreven
- langdurige reeks verwikkelingen rond een persoon of kwestie
- verhaal
- geschiedenis (de geschiedenis van de mensheid)
- sage
Hoe spreek je saga uit?
/ˈsaxa/
Saga bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| a | maan |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| saga's | meervoud |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor bepaalde soorten heesters en bomen uit de vlinderbloemenfamilie met kleine, rode zaden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| saga's | meervoud |
Woordfamilie van saga
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| saga's | meervoud | saga |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van saga zijn vastgelegd.