saamhorigheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het gevoel van samen een geheel te zijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| saamhorigheden | meervoud |
Herkomst
afgeleid van saamhorig met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van saamhorigheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| saamhorigheden | meervoud | saamhorigheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van saamhorigheid zijn vastgelegd.