rush
zelfstandig naamwoord rʏʃBetekenis
- grote toeloop van mensen die anderen voor willen zijn bij het behalen van een voordeel of het afwenden van schade
- sneller dan anderen vooruit bewegen
- (balsport) met de bal snel vooruit rennen om zo een gelegenheid tot scoren te laten ontstaan
- (paardrijden) sneller draven om een of meer andere deelnemers aan een wedstrijd in te halen of een voorsprong te vergroten
- drukte als gevolg van de snelle opeenvolging van zaken die aandacht vragen
- overweldigende korte roes waarin men zich buitengewoon goed voelt
- afdruk van stuk opgenomen filmmateriaal, zoals dat vroeger werd gebruikt voor het monteren
- drukte
- haast
- zich haasten
Hoe spreek je rush uit?
/rʏʃ/
Rush bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ʏ | put |
| ʃ | sjaal |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rushes | meervoud |
Herkomst
van Engels rush
Woordfamilie van rush
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rushes | meervoud | rush |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rush zijn vastgelegd.