runner-up
zelfstandig naamwoord ˌrʏnərˈʔʏpBetekenis
- deelnemer die in een wedstrijd of wedstrijdreeks op de plaats net na de winnaar eindigt. In een volledige competitie: de deelnemer die op de tweede plaats eindigt; in een toernooi met afvalwedstrijden: de verliezer van de finale.
- wie in een rangschikking sterk in opkomst is en al bijna een toppositie inneemt
Hoe spreek je runner-up uit?
/ˌrʏnərˈʏp/
Runner-up bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ʏ | put |
| n | nek |
| ə | de |
| p | pak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- deelnemer die in een wedstrijd of wedstrijdreeks op de plaats net na de winnaar eindigt In een volledige competitie: de deelnemer die op de tweede plaats eindigt; in een toernooi met afvalwedstrijden: de verliezer van de finale.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| runner-ups | meervoud |
| runners-up | meervoud |
Herkomst
van Engels runner-up
Woordfamilie van runner-up
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| runner-ups | meervoud | runner-up |
| runners-up | meervoud | runner-up |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van runner-up zijn vastgelegd.