ruchtbaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- openbaar, algemeen bekend, (van hetgeen te voren slechts aan weinigen bekend was). Alleen in verbinding met de werkwoorden zijn, worden en maken
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ruchtbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| ruchtbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| ruchtbaarders | partitief, vergrotende trap |
| ruchtbaars | partitief, stellende trap |
| ruchtbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| ruchtbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| ruchtbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
afgeleid van rucht (verouderd) met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van ruchtbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ruchtbaarder | vergrotende trap | ruchtbaar |
| ruchtbaardere | verbogen vergrotende trap | ruchtbaar |
| ruchtbaarders | partitieve vergrotende trap | ruchtbaar |
| ruchtbaars | partitive, positive | ruchtbaar |
| ruchtbaarst | uninflected, superlative | ruchtbaar |
| ruchtbaarste | inflected, superlative | ruchtbaar |
| ruchtbare | verbogen vorm | ruchtbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ruchtbaar zijn vastgelegd.