royalty
zelfstandig naamwoord ˈrɔjəlˌtiBetekenis
- vergoeding om iets te mogen gebruiken m.n. in het kader van intellectueel eigendom
- lid van de koninklijke familie
Hoe spreek je royalty uit?
/ˈrɔjəlˌti/
Royalty bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɔ | bot |
| j | ja |
| ə | de |
| l | land |
| t | tak |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| royalty's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘aandeel in de opbrengst’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Woordfamilie van royalty
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| royalty's | meervoud | royalty |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van royalty zijn vastgelegd.