roodbont
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- kleur van wit met roodbruine vlekken
- roodbruin gevlekt rund of paard
- wit met roodbruine vlekken
- (van stoffen:) geschakeerd met rode ruiten of strepen
bijvoeglijk naamwoord
- geschakeerd met rode ruiten of strepen
Herkomst
samenstelling van rood en bont
Woordfamilie van roodbont
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| roodbonte | woordvorm | roodbont |
| roodbonten | meervoud | roodbont |
| roodbonter | woordvorm | roodbont |
| roodbontere | woordvorm | roodbont |
| roodbonters | woordvorm | roodbont |
| roodbonts | woordvorm | roodbont |
| roodbontst | woordvorm | roodbont |
| roodbontste | woordvorm | roodbont |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roodbont zijn vastgelegd.