rombus
zelfstandig naamwoord ˈrɔmbʏsBetekenis
- ruit
Hoe spreek je rombus uit?
/ˈrɔmbʏs/
Rombus bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| b | bak |
| ʏ | put |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rombussen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘scheve vierhoek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1658
Woordfamilie van rombus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rombussen | meervoud | rombus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rombus zijn vastgelegd.