roezemoes
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- rumoer, lawaai, drukte, verwarring
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van roezemoezen
- gebiedende wijs van roezemoezen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van roezemoezen
Vervoeging van roezemoes
roezemoeshele werkwoord