richtbaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van iets dat het naar één vooraf bepaalde plaats gestuurd kan worden
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| richtbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| richtbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| richtbaarders | partitief, vergrotende trap |
| richtbaars | partitief, stellende trap |
| richtbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| richtbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| richtbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van richten met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van richtbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| richtbaarder | vergrotende trap | richtbaar |
| richtbaardere | verbogen vergrotende trap | richtbaar |
| richtbaarders | partitieve vergrotende trap | richtbaar |
| richtbaars | partitive, positive | richtbaar |
| richtbaarst | uninflected, superlative | richtbaar |
| richtbaarste | inflected, superlative | richtbaar |
| richtbare | verbogen vorm | richtbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van richtbaar zijn vastgelegd.