retor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- redenaar
- in de oudheid een leraar in de welsprekendheid
- bombastisch, hol spreker of dichter
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| retoren | meervoud |
| retors | meervoud |
Herkomst
afgeleid van het Latijnse 'retor' (met het achtervoegsel -or)
Woordfamilie van retor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| retoren | meervoud | retor |
| retors | meervoud | retor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van retor zijn vastgelegd.