residentie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- verblijfplaats (van een staatshoofd)
- ambtsgebied van een rooms-katholieke geestelijke
- ambtsgebied van een resident in het vroegere Nederlands-Indië
- luxe flatgebouw
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| residenties | meervoud |
Herkomst
afgeleid van resident met het achtervoegsel -ie
Woordfamilie van residentie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| residenties | meervoud | residentie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van residentie zijn vastgelegd.