raspsel
zelfstandig naamwoord ˈrɑspsəlBetekenis
- het spul dat ontstaat bij het raspen equivalent aan het zaagsel bij het zagen; dit kan eetbaar zijn zoals citroenrasp, soms gebruikt voor kleurstof (zie rasphuis)
Hoe spreek je raspsel uit?
/ˈrɑspsəl/
Raspsel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| p | pak |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| raspsels | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van raspen met het achtervoegsel -sel
Woordfamilie van raspsel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| raspsels | meervoud | raspsel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van raspsel zijn vastgelegd.