rancher
zelfstandig naamwoord ˈrɛntʃərBetekenis
- (Amerikaanse) vee- en paardenfokker; bezitter van een ranch
Hoe spreek je rancher uit?
/ˈrɛntʃər/
Rancher bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| ʃ | sjaal |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- vee- en paardenfokker; bezitter van een ranch
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ranchers | meervoud |
Herkomst
uit het Engels
Woordfamilie van rancher
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ranchers | meervoud | rancher |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rancher zijn vastgelegd.