rampdag
zelfstandig naamwoord ˈrɑmbdɑxBetekenis
- de dag dat een catastrofale gebeurtenis plaats vond
- een dag waarop veel vervelende dingen gebeuren en niets lukt
Hoe spreek je rampdag uit?
/ˈrɑmbdɑx/
Rampdag bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| b | bak |
| d | dak |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rampdagen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van ramp zn en dag zn
Woordfamilie van rampdag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rampdagen | meervoud | rampdag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rampdag zijn vastgelegd.