ramadan
zelfstandig naamwoord /ˈramadɑn/Betekenis
- de negende maand van het islamitische jaar, waarin men vast (d.w.z. zich onthoudt van voedsel, drinken, roken en seksueel genot) van zonsopgang tot zonsondergang
Hoe spreek je ramadan uit?
/ˈramadɑn/
Ramadan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| a | maan |
| m | maan |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ramadans | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Arabisch, in de betekenis van ‘islamitische vastenmaand’ voor het eerst aangetroffen in 1603
Woordfamilie van ramadan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ramadans | meervoud | ramadan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ramadan zijn vastgelegd.