radar
zelfstandig naamwoord ˈradɑrBetekenis
- de afkorting voor Radio Detection And Ranging, een techniek waarmee de positie van een al dan niet bewegend voorwerp kan worden bepaald
- de installatie waarmee de positie van een al dan niet bewegend voorwerp met behulp van radiogolven kan worden bepaald
- radar
- radar, radartoestel
Hoe spreek je radar uit?
/ˈradɑr/
Radar bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| a | maan |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- techniek waarmee uit de weerkaatsing van radiogolven de positie van een al dan niet bewegend voorwerp kan worden bepaald
- installatie waarmee de positie van een al dan niet bewegend voorwerp met behulp van radiogolven kan worden bepaald
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| radars | enkelvoud |
| radartje | verkleinwoord, tweede persoon |
| radartjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
(letterwoord) van Engels radar, in de betekenis van ‘plaatsbepaling van voorwerp d.m.v. teruggekaatste radiogolven’ aangetroffen vanaf 1945 (vindplaats zie hieronder)
Woordfamilie van radar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| radars | enkelvoud | radar |
| radartje | verkleinwoord, 2e persoon | radar |
| radartjes | verkleinwoord | radar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van radar zijn vastgelegd.