quorum
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het minimumaantal personen of leden dat aanwezig moet zijn om stemprocedure als geldig te kunnen beschouwen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| quorums | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘aantal leden dat voor stemming aanwezig moet zijn’ voor het eerst aangetroffen in 1886
Woordfamilie van quorum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| quorums | meervoud | quorum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van quorum zijn vastgelegd.