punk
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- subcultuur, uit de jaren zeventig van de twintigste eeuw van jongeren met een afwijzende maatschappijhouding en opvallend door een vaak provocerende levensstijl (veiligheidsspelden, hanenkammen, piercings), later vooral gericht op mode en muziek
- iemand die zich rekent tot de punkcultuur, punker
- van een punk, behorend tot de punk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| punks | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘subcultuur’ voor het eerst aangetroffen in 1978
Woordfamilie van punk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| punks | meervoud | punk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van punk zijn vastgelegd.