publiekelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- in het openbaar, ten overstaan van toeschouwers
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| publiekelijke | verbogen, stellende trap |
| publiekelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| publiekelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| publiekelijkers | partitief, vergrotende trap |
| publiekelijks | partitief, stellende trap |
| publiekelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| publiekelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Afgeleid van publiek met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van publiekelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| publiekelijke | verbogen vorm | publiekelijk |
| publiekelijker | vergrotende trap | publiekelijk |
| publiekelijkere | verbogen vergrotende trap | publiekelijk |
| publiekelijkers | partitieve vergrotende trap | publiekelijk |
| publiekelijks | partitive, positive | publiekelijk |
| publiekelijkst | uninflected, superlative | publiekelijk |
| publiekelijkste | inflected, superlative | publiekelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van publiekelijk zijn vastgelegd.