pubis
zelfstandig naamwoord ˈpybɪsBetekenis
- ronding van het vrouwelijk lichaam ter hoogte van het schaambeen, boven de vagina
- schaambeen
Hoe spreek je pubis uit?
/ˈpybɪs/
Pubis bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| y | fuut |
| b | bak |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pubissen | meervoud |
Herkomst
van medisch Latijn os pubis "schaambeen", in de betekenis "venusberg" aangetroffen vanaf 1847
Woordfamilie van pubis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pubissen | meervoud | pubis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pubis zijn vastgelegd.