pruikentijd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een periode in de achttiende eeuw waarin het mode was in de deftige kringen om een pruik te dragen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pruikentijden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van pruik zn en tijd zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van pruikentijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pruikentijden | meervoud | pruikentijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pruikentijd zijn vastgelegd.