projector
zelfstandig naamwoordBetekenis
- toestel om een afbeelding op een scherm te projecteren
- de lijn waarmee men een punt of een lijn op een andere lijn of een vlak projecteert
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| projectoren | meervoud |
| projectors | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘projectietoestel’ voor het eerst aangetroffen in 1943
Woordfamilie van projector
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| projectoren | meervoud | projector |
| projectors | meervoud | projector |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van projector zijn vastgelegd.