primus
zelfstandig naamwoord ˈprimʏsBetekenis
- iemand die de eerste plaats in een rangschikking van personen inneemt
- (protestant) persoon die als eerste is aangewezen om een bepaalde functie te vervullen (in tegenstelling tot zijn plaatsvervanger)
- kook toestel waarin petroleum gasvormig wordt verbrand
- eerste
Hoe spreek je primus uit?
/ˈprimʏs/
Primus bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| i | riet |
| m | maan |
| ʏ | put |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| primussen | meervoud |
Herkomst
[1]: van Latijn primus
Woordfamilie van primus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| primussen | meervoud | primus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van primus zijn vastgelegd.