primetime
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord ˈprɑjmtɑjmBetekenis
- betrekking hebbend op de tijdsperiode dat de meeste mensen naar de televisie kijken
- de tijd van de dag aangeduid die het gunstigst is voor het behalen van hoge kijkcijfers. Vanouds ligt die tijd tussen half acht en tien uur 's avonds en daarvan is de tijd tussen acht en negen uur voor een algemeen publiek de beste.
- drukste uur in het algemeen
Hoe spreek je primetime uit?
/ˈprɑjmtɑjm/
Primetime bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| j | ja |
| m | maan |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| primetimes | partitief, stellende trap |
Woordfamilie van primetime
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| primetimes | partitive, positive | primetime |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van primetime zijn vastgelegd.