potentieel
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- mogelijk.
- een aanwezig vermogen dat nog op ontwikkeling wacht
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| potentieels | partitief, stellende trap |
| potentieelst | onverbogen, overtreffende trap |
| potentieelste | verbogen, overtreffende trap |
| potentiële | verbogen, stellende trap |
| potentiëler | onverbogen, vergrotende trap |
| potentiëlere | verbogen, vergrotende trap |
| potentiëlers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
afgeleid van potentie met het achtervoegsel -eel
Woordfamilie van potentieel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| potentieels | partitive, positive | potentieel |
| potentieelst | uninflected, superlative | potentieel |
| potentieelste | inflected, superlative | potentieel |
| potentieeltje | woordvorm | potentieel |
| potentieeltjes | meervoud | potentieel |
| potentiële | verbogen vorm | potentieel |
| potentiëlen | meervoud | potentieel |
| potentiëler | vergrotende trap | potentieel |
| potentiëlere | verbogen vergrotende trap | potentieel |
| potentiëlers | partitieve vergrotende trap | potentieel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van potentieel zijn vastgelegd.