positivo
zelfstandig naamwoord ˌpoziˈtivoBetekenis
- iemand met een overdreven positieve instelling, vaak met de bijbetekenis dat daarmee een geloofsovertuiging wordt uitgedragen
- iemand met een positieve houding
- positief
Hoe spreek je positivo uit?
/ˌpoziˈtivo/
Positivo bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| o | boot |
| z | zon |
| i | riet |
| t | tak |
| v | vis |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| positivo's | meervoud |
Herkomst
afgeleid van positief bn met het achtervoegsel -o, in 1982 als onderdeel van een parodie geïntroduceerd door het duo Van Kooten en De Bie
Woordfamilie van positivo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| positivo's | meervoud | positivo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van positivo zijn vastgelegd.