popiejopie
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˌpopiˈjopiBetekenis
- iemand die op een te gemakkelijke manier geliefd is of probeert te zijn
- populair, geliefd
Hoe spreek je popiejopie uit?
/ˌpopiˈjopi/
Popiejopie bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| o | boot |
| i | riet |
| j | ja |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| popiejopies | meervoud |
Herkomst
in het Surinaams Nederlands in een andere schrijfwijze aangetroffen vanaf de late jaren 60 van de 20e eeuw als verwijzing naar Jopie Pengel , daarna ook gebruikt als meer algemene aanduiding van mensen die populair (willen) zijn en wijd verbreid geraakt door een onderdeel van en spotlied uit het satirische tv-programma Pisa , waarin het verwees naar paus Johannes Paulus II bij zijn bezoek aan Nederland in 1985
Woordfamilie van popiejopie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| popiejopies | meervoud | popiejopie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van popiejopie zijn vastgelegd.