polyester
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˌpoliˈjɛstərBetekenis
- polymeer dat bestaat uit een keten van esterbindingen
- van polyester vervaardigd
Hoe spreek je polyester uit?
/ˌpoliˈjɛstər/
Polyester bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| o | boot |
| l | land |
| i | riet |
| j | ja |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| polyesters | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘kunststof’ voor het eerst aangetroffen in 1961
Woordfamilie van polyester
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| polyesters | meervoud | polyester |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van polyester zijn vastgelegd.