polster
zelfstandig naamwoordBetekenis
- wandelstaf
- polsstok
- klein vaartuig dat men met een boom voortduwt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| polsters | meervoud |
Herkomst
naamwoord van handeling van polsteren
Woordfamilie van polster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| polsters | meervoud | polster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van polster zijn vastgelegd.