pisang
zelfstandig naamwoord /ˈpisɑŋ/Betekenis
- banaan
- vreemd persoon
- slachtoffer
- en hun vruchten
Hoe spreek je pisang uit?
/ˈpisɑŋ/
Pisang bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| i | riet |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- vrucht van de bananenplant
- benaming voor planten uit het geslacht Musa, waaraan bananen groeien
- (informeel) vreemd persoon person
- iemand die ergens ernstig nadeel van ondervindt informal, person
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pisangs | meervoud |
Herkomst
van Indonesisch pisang, in de betekenis van ‘banaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1596
Woordfamilie van pisang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pisangs | meervoud | pisang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pisang zijn vastgelegd.